Vijgendam

De hele nacht feest

De Vijgendam was het domein van hen die niet zoveel te besteden hadden. Daar stonden rijen met kruiwagens gevuld met koekjes (‘slickerdemickjes’). Daar krioelde het ook van zingende kinderen. Aan de kant van het stadhuis waren andere vormen van vermaak. Van toneelspelers die ‘sotterniën’ opvoerden tot standwerkers die met veel kwinkslagen het publiek zalfjes aansmeerden. De beroemdste kwakzalver was toen meester Kokadoris.
’s Avonds ging de volwassen jeugd het beeld bepalen, jongens en meisjes die gearmd liederen zingend door de stad trokken. De goedheiligman was namelijk ook een ‘hylickmaker’. Nog later sloten zeelui zich bij hen aan, die eerst in de kroeg op het heil van de goedheiligman - hun schutsheilige - hadden gedronken. Dat ging de hele nacht zo door. Tot 1836 heeft de Sinterklaasmarkt het uitgehouden, want toen werd de ruimte waar de kraampjes stonden, ingenomen door een tijdelijk beursgebouw omdat de oude beurs van Hendrick de Keyser te bouwvallig was geworden. De glans was er toen al af: de verkoop van Sinterklaasgoed had zich grotendeels verplaatst naar winkels. Toch is het een wonder dat de Sinterklaasmarkt het zo lang heeft uitgehouden. Natuurlijk lieten op zo’n drukke feestelijke markt bedelaars zich nadrukkelijk zien, hetgeen de overheid maar matig kon waarderen. En natuurlijk waren er ook zakkenrollers in de weer, hetgeen door de overheid nog minder op prijs werd gesteld. En al dat gehos in de nacht hield de brave burgers maar uit de slaap. Maar maatregelen daartegen hielden weinig uit: de traditie won het.

Bron tekst: www.onsamsterdam.nl

Bestrijding van de aloude St. Nicolaasviering